Dat was het toch, vond ik, op de slotdag van de Flagey Piano Days, maar zeker ook geslaagd. Franz Schubert? Geen probleem, trekt altijd volk, maar György Kurtág? Honderd jaar geworden! Minder bekend en minder gegeerd. Het was bovendien een heel speciaal programma. Toch zat Studio 4 goed vol. Ik heb al eens Kurtag meegemaakt, met Jan Michiels natuurlijk, toen afgewisseld met polyfonie en Björn Schmelzer. Dat was met grote werken. Nu was dat toch anders. Allemaal miniaturen. Korte stukjes, soms maar een minuut lang of zelfs minder maar wel een dik uur lang zonder onderbreking. En ja, je wist het misschien niet, maar Schubert schreef soms zijn speelse improvisaties neer die hij spontaan uitvoerde in één van de vele Heuriger voor zijn Weense vrienden. En het bleken kleine pareltjes: Wälzer, Ländler, Ecossaises. En ook Kurtag deed dat, zo’n kleinigheden componeren. Zijn inspiratie vond hij bij kinderen die spontaan op het instrument experimenteren, voor hen is de piano nog een spel en hij noemde die stukjes dan ook zo : “Játékok” ofte “speeltjes”.
Pierre-Laurent Aimard heeft zich echt ingewerkt in dat minimale oeuvre van die Hongaar. En hoe! Kurtag heeft de reputatie veeleisend te zijn. De opnames voor zijn cd van die Játékok zijn gebeurd in Budapest in het bijzijn van en letterlijk onder het goedkeurend oog en oor van de componist. Dan moet je als uitvoerder toch wel een heel speciale vriendschapsband hebben met Kurtag. Aan Schubert kan je geen advies meer vragen. Maar tijdens de pandemie dook Aimard ook in die onbekende miniaturen van Schubert “bedoeld voor de guingettes rond Wenen” en vond er “grootsheid in het triviale”.
Maar hoe moet je nu zo’n concert en die muziek waarderen? Laat het me zo definiëren. Die “Schuberts” zijn eigenlijk behaagzieke noten op zoek naar een charmante en aangename melodie om in welluidende frase van een partituur vastgelegd te worden, terwijl het bij Kurtag gaat om noten die niet langer ondergeschikt zijn aan wat dan ook, niet aan structuur of melodie of harmonie. De noten zijn gewoon soeverein, ze willen gewoon klànk zijn, het zijn noten die zich bevrijd hebben van hun dienstbaarheid om te behagen, het zijn geëmancipeerde noten die enkel vragen om beluisterd te worden. En liefst heel intens. En waarom die gewaagde combinatie van Schubert met Kurtag?
“Ik wil verantwoordelijkheid opnemen om het muzikale erfgoed te vervlechten met het onbekende” aldus Aimard. Mooi toch! En nog mooier was het hem zo intens te zien en horen spelen, helemaal in ’t zwart uitgedost en helemaal geconcentreerd, zonder weidse gebaren. Dat alles deed ons nog meer focussen op die toch nieuwe en wonderlijke klanken die Studio 4 overspoelden. Heerlijke kennismaking was dat met die korte Schuberts en nog kortere Kurtags.
WAT:
- Franz Schubert, reeks Wälzer, Ländler en Ecossais Valses,Tänze….
- György Kurtág, uit de boeken “Játékok”
WIE: Pierre-Laurent Aimard
WAAR: Studio 4, Flagey, Elsene
WANNEER: 15 februari 2026


