De Prijs van de Jonge Musicus van het Jaar wordt afwisselend toegekend aan een Nederlandstalige en een Franstalige of Duitstalige musicus.
Gwendoline Blondeel, soprano / sopraan
Valère Burnon, piano
Pierre Fontenelle, violoncelle / cello
Ombeline Gasnier, violoncelle / cello
Apolline Jesupret, compositrice / componiste
Gwendoline Blondeel brak in 2021 door in Titon et l’Aurore van Mondonville, onder leiding van William Christie in de Opéra-Comique, waar zij haar indrukwekkende podiumprésence, haar stralende klankkleur en haar vocale beheersing liet zien. Ze volgde haar opleiding aan het IMEP in Namen, studeerde aan de Académie du Théâtre de La Monnaie en trad vervolgens toe tot het Jeune Ensemble van het Grand Théâtre de Genève. In 2019 won ze de eerste prijs op het Concours de Froville.
Hoewel zij een veelgevraagde vertolkster is van muziek uit de 17e en 18e eeuw, verkent zij een veel breder repertoire. Zij is een meesteres in het Franse barokrepertoire (Sangaride in Atys van Lully, Jonathas in David et Jonathas van Charpentier, Alphise in Les Boréades van Rameau, enz.), maar schittert evenzeer in Italiaanse meesterwerken (La Musica in L’Orfeo van Monteverdi, Almirena in Rinaldo, Dalinda in Ariodante en Morgana in Alcina van Händel, enz.). In latere rollen wist Gwendoline Blondeel het publiek te enthousiasmeren als Blondchen in Die Entführung aus dem Serail van Mozart, Frasquita in Carmen van Bizet, Marie in La Fille du Régiment van Donizetti, Clorinda in Cendrillon van Rossini of in de Tweede symfonie van Mendelssohn.
De Opéra Royal de Versailles (een ware muzikale thuisbasis voor haar), het Théâtre des Champs-Élysées, het Théâtre du Capitole in Toulouse, het Festival van Beaune, het Teatro Real in Madrid, de Opera van Zürich, de Concertgebouwen van Amsterdam en Brugge, of het Konzerthaus in Wenen: Gwendoline treedt op in de meest vooraanstaande muzikale instellingen en werkt samen met vooraanstaande dirigenten als Leonardo García-Alarcón, Stéphane Fuget, Christophe Rousset, Diego Fasolis, Philippe Herreweghe, Sébastien Daucé, Thomas Hengelbrock, Emmanuelle Haïm en Kazushi Ono.
Hoe beslist de Vereniging van de Belgische Muziekpers over de toewijzing van de prijzen?
Zonder grote internationale prestigeproducties te willen uitsluiten, tracht de jury van de Caecilia Prijzen nieuw talent, uitzonderlijke repertoires en gedurfde projecten in de kijker te zetten.
Amor Eterno – Caccini, Calestani, Capirola, Certon, Charpentier, d’Ambruys, Del Biado, del Encina, Desprez, Janequin, Kapsberger, Marais, Marín, Milán, Monteverdi, Mudarra, Ortiz, Piccinini, Spinacino, Vásquez – Gwendoline Blondeel – Quito Gato – Mathilde Vialle – Pernelle Marzorati – Laurent Sauron – Harmonia Mundi
Tarquinio Merula – Concerti spirituali – InAlto – Lambert Colson – Bernard Foccroulle – Ricercar
Songs of Passion – John Dowland, Henry Purcell – Lea Desandre – Thomas Dunford – Jupiter – Warner
Henry Purcell – Dido & Aeneas – Joyce DiDonato – Michael Spyres – Fatma Said – Beth Taylor – Hugh Cutting – Laurence Kilsby – Il Pomo d’Oro – Maxim Emelyanychev – Warner
Johann Sebastian Bach – Keyboard Concertos – Beatrice Rana – Amsterdam Sinfonietta – Warner
George Frideric Handel, Dixit Dominus – Giovanni Paolo Colonna, Missa Concertata – Elizaveta Sveshnikova – Mariana Flores – Paul-Antoine Bénos-Djian – Valerio Contaldo – André Morsch – Cappella Mediterranea – Chœur de chambre de Namur – Leonardo García-Alarcón – Ricercar
Jean-Marie Leclair, Complete Violin Concertos – Stéphanie-Marie Degand – La Diane Française – NoMadMusic
Joseph Haydn – Quatuors op. 76 (Erdödi) – Quatuor Arod – Erato
Wolfgang Amadeus Mozart – Flute Concertos – Anna Besson – Clara Izambert – A nocte temporis – Reinoud Van Mechelen – Alpha
Wolfgang Amadeus Mozart, Quatuor K. 465 « Les Dissonances » – Franz Schubert, Quatuor n° 14 « La Jeune fille et la mort » – Fine Arts Quartet – Le Palais des Dégustateurs
John Field, Complete Nocturnes – Alice Sara Ott – Deutsche Grammophon
Visiting Rachmaninoff – Sergei Rachmaninov, Variations on a Theme by Chopin. Romances – Alexander Melnikov – Julia Lezhneva – Harmonia Mundi
Franz Schubert, Wanderer Fantasy & Song Transcriptions – Johannes Brahms, Piano Sonata n° 1 – Alexandre Kantorow – BIS
4 Hands – Franz Schubert, Fantasie D.940, Allegro D.947 « Lebensstürme », Fuge D.952, Rondo D.951 – Bertrand Chamayou – Leif Ove Andsnes – Erato
Farasha – Bréville, Hindemith, Mendelssohn, Al Kammar, Saint-Saëns – Sindy Mohamed – Julien Quentin – Berlin Classic
Soirs d’or – Claude Debussy, L’œuvre pour piano (vol. 1) – Elodie Vignon – Cypres
Belgian Works for Cello & Piano – Absil, Baas, Boucher, Felbusch, Franck, Janssens, Jongen, Lienart, Lysight – Alexandre Debrus – Gauvin de Morant – Pavane
György Ligeti, Concertos – Isabelle Faust – Jean-Frédéric Neuburger – Les Siècles – François-Xavier Roth – Harmonia Mundi
Amy Beach – Gaelic Symphony – Münchner Symphoniker – Joseph Bastian – Solo Musica
Bernard Foccroulle, Cassandra – Jessica Niles – Sandrine Mairesse – Katarina Bradic – Lisa Willems – Kazushi Ono – La Monnaie Symphony Orchestra – Fuga Libera
Aafje Heynis Edition – Bach, Beethoven, Mozart et al. – Decca Eloquence
Nelson Freire, The SWR Recordings – Brahms, Chopin, Debussy, De Falla, Schumann, Scriabin, Villa Lobos – SWR
Hommage à Jodie Devos – Offenbach etc. – Alpha












Van Josquin Desprez (1450-1521) tot Marin Marais (1656-1728) klinken de meest tedere melodieën, vertolkt door de stem van Gwendoline Blondeel, omringd door de zachte klanken van tokkelinstrumenten – luit en harp – en de strelende begeleiding van de viola da gamba. De stukken zijn kort en expressief, soms uitsluitend door de instrumenten gedragen, en wisselen hofmuziek, madrigalen en volksrefreinen af, altijd in het Latijn. De kunst van de jonge Belgische sopraan komt hier volledig tot uiting: een ronde, schitterende en soepele stem, beheersing en stijl – elke aria zorgt voor nieuw luistergenot. Grote kunst in een kleine vorm (Martine D. Mergeay).
Wanneer verdient een CD nu eigenlijk een Ceciliaprijs? Laat ik het zo stellen. Wij, muziekliefhebbers en meer nog recensenten, leven en werken bijna altijd met muziek op de achtergrond. Maar die achtergrond is vaak een behang: een muzikaal decor van allerlei zenders en internetradio’s die altijd opstaan. Maar plots komt er toch af en toe een scheur in dat behang. Dan schrik je op en denk je: wat hoor ik? Dàt heb ik nu nog nooit gehoord. Dié muziek op zo’n manier, nee! Onze Franstalige collega’s hebben het dan vaak over een coup de coeur of zelfs een coup de foudre. Je aandacht is ineens gespitst, waar je mee bezig bent laat je meteen vallen. En je luistert, ànders dan je deed, je scherpt je gehoorzintuig en bent verbaasd. En je denkt: “Maar wat is dàt?” En ja, dan zoek je naar de playlist van de zender om meer te weten. Je hoort een stem, wat een stem! En je hoort een luitist, wat een luitist! Ze bewegen gracieus samen én afzonderlijk. Het zijn Lea Desandre en Thomas Dunford én het Ensemble Jupiter. Je krijgt kippenvel en je wordt een beetje of juist erg melancholisch. Zo hoort dat bij Dowland, want “Semper Dowland, semper dolens”. Wat theatraler klinkt het bij Purcell, daar wordt het meer “O Solitude, my sweetest choice.” Met dit dubbelalbum kan je genieten van anderhalf uur subliem gebrachte Songs of Passion. Maar doe het niet in één keer. Wacht op een droevige melancholische bui of op een moment van intense passie. Maar nu? “Let my tears flow … of joy!” (Roger Creyf).
In deze nieuwe uitvoering van Purcells barokopera Dido and Aeneas vertolkt Joyce DiDonato de titelrol met een opvallende dramatische gelaagdheid. Haar interpretatie voert de luisteraar langs een emotioneel spectrum van koninklijke waardigheid naar rauwe berusting. Haar tegenspeler Michael Spyres overtuigt als een complexe Aeneas, geflankeerd door sterke bijdragen van Fatma Said (Belinda) en Beth Taylor (Sorceress). Onder leiding van Maxim Emelyanychev levert Il Pomo d’Oro (met dondermachine voor extra dramatiek) een opvallend energieke en theatrale lezing af (Helena Gaudeus).
Het anachronistische gebruik van de piano in de klavierconcerten BWV 1052 tot en met BWV 1065 van Johann Sebastian Bach – die grotendeels transcripties zijn van concerten voor monodische instrumenten – blijft voorlopig voor verdeeldheid zorgen tussen voor- en tegenstanders. Als er één vertolkster is die deze discussies met een handgebaar terzijde kan schuiven, dan is het wel Beatrice Rana. Van kinds af aan met deze werken vertrouwd, trad zij op negenjarige leeftijd voor het eerst met orkest op in het Concerto nr. 5 in f mineur. Haar voorbeeldige gevoel voor contrapunt, haar even natuurlijke als intelligente keuzes op het gebied van frasering en articulatie, en haar aandachtige bestudering van de verscheidenheid aan polyfone texturen die deze juweeltjes van het repertoire doordringen, onthullen — in perfecte symbiose met de Amsterdam Sinfonietta — met een zeldzame scherpzinnigheid de subtiliteit en de rijkdom van de combinaties die hier ontstaan uit de dialoog tussen het klavier en het orkest (Olivier Vrins).
Deze cd, opgenomen in de Grand Manège van Namen, brengt een juweel uit het barokrepertoire samen: een werk gecomponeerd in Italië door een 22-jarige Händel – door William Boyce omschreven als een directe erfgenaam van de Bolognese componist Giovanni Paolo Colonna – en een nooit eerder uitgebrachte concertante mis van laatstgenoemde. Onder de sprankelende leiding van Leonardo García-Alarcón schittert het Kamerkoor van Namen in deze flamboyante stukken, waarin strikt contrapunt, zachte cantabile-passages en bravoure-aria’s die de beste drammae per musica waardig zijn, elkaar afwisselen. De zorgvuldige bezetting verrijkt de smakelijke dialogen tussen solisten, koorleden en instrumentalisten nog verder (Olivier Vrins).
Dit is een liefdesverhaal tussen Stéphanie-Marie Degand en haar illustere voorganger, Jean-Marie Leclair (1697-1764), die tijdens zijn leven een immense ster was als virtuoos violist en in de negentiende eeuw nog meer aanzien verwierf als grondlegger van de viool “à la française”. Terwijl Leclairs tijdgenoten hem de Franse Corelli noemden, maakt Stéphanie-Marie de emancipatie van haar held definitief duidelijk: gedurende de twaalf concerten (Op. 7 & Op. 10), die in intense harmonie met La Diane Française worden uitgevoerd, klinkt een briljante en discursieve viool — meesterlijk in het contrapunt — die elke harmonische uitstap omzet in een verrassende wending. Men zou bijna de ongelooflijke virtuositeit vergeten die de soliste gedurende dit boeiende corpus tentoonspreidt (Martine D. Mergeay).
La pianiste allemande Alice Sara Ott présente une nouvel enregistrement intégral des nocturnes du compositeur-pianiste irlandais John Field. Elle drape les œuvres de Field dans des textures claires et un lyrisme tendre. Ses subtils changements de timbre et son usage raffiné de la pédale fournissent une lecture tout en nuances de ces compositions simples, sans les surcharger ni les romantiser à l’excès. Ott livre ainsi une contribution intègre à la discographie existante du genre le plus important pratiqué par Field (Helena Gaudeus).
Deze opname, gerealiseerd in de Zwitserse villa van Rachmaninov en op de prachtige piano van de componist, is een echt kleinood. Om te beginnen vertolkt Alexander Melnikov de Variaties op een thema van Chopin op zeer subtiele wijze, waarbij hij alle facetten van de muziek, zowel virtuoos als poëtisch, laat schitteren. Hoewel Julia Lezhneva vooral bekend staat om haar buitengewone virtuositeit in het barokrepertoire, toont de Russische sopraan zich hier op haar best in deze selectie van Romances; dit typisch Russisch genre met liederen die soms sentimenteel, dan weer hartstochtelijk zijn. Het is een echte zangles die Lezhneva hier ten gehore brengt in dit bij ons nog weinig gekende repertoire, waarin Rachmaninov zowel de verwachte virtuoze pianopartijen weet te combineren met een prachtige manier om de stem te behandelen. Deze plaat zal Rachmaninov-liefhebbers zonder twijfel bekoren maar zou eveneens melomanen die de vocale muziek van de componist nog niet kennen, aangenaam kunnen verrassen (Patrice Lieberman).
Aan opnames van Schuberts Fantasie in fa klein voor piano vierhandig is er zeker geen tekort, maar deze nieuwe versie schiet meteen naar de top. Wat Leif Ove Andsnes en Bertand Chamayou hier presteren, is zonder meer uitzonderlijk. Het volstaat inderdaad niet om twee topsolisten bij elkaar te brengen om meteen een interpretatie van de bovenste plank te verkrijgen, maar dit is nu echt wat we te horen krijgen. De mix van technische vaardigheid, diepgang, interpretatieve fijnzinnigheid, en de prachtig harmoniërende persoonlijkheden van de Franse en de Noorse pianisten — dit alles mondt uit in een uitvoering waarin beide musici dankzij hun verbluffende verstandhouding tot een echte eenheid komen. Dezelfde opmerkingen gelden trouwens voor het dramatische en virtuoze Lebensstürme, alsook voor het Rondo in la groot, boordevol charme en tederheid. Laten we hopen dat dit uitmuntende duo binnenkort zijn aandacht vestigt op andere prachtige stukken voor piano vierhandig van de Weense componist (Patrice Lieberman).
Oeverloze verbeelding, tot het uiterste gedreven virtuositeit, onverwachte diepgang, ritmische en harmonische subtiliteit, feilloos gevoel voor orkestkleur, de kunst om de toehoorder steeds op de verkeerde voet te zetten: alles wat de muziek van Ligeti geliefd maakt, vind je in deze concerto’s terug. Isabelle Faust neemt het vioolconcerto voor haar rekening en fascineert door een mengeling van strengheid, verbeelding en diepgang. En in het schitterende pianoconcerto is de Franse pianist Jean-Frédéric Neuburger gewoon verbluffend. Beide solisten kunnen op de onvoorwaardelijke steun van het ensemble les Siècles en dirigent François-Xavier Roth rekenen, die zich ook in het meeslepende en folkloristisch getinte Concert Românesc van hun beste kant tonen. Het is trouwens een prachtig idee om twee aangrijpende stukken te laten horen uit de vijfledige cyclus Aus der Ferne voor strijkkwartet van de thans honderdjarige György Kurtág, Ligeti’s vriend en generatiegenoot (Patrice Lieberman).
De altvioliste Sindy Mohamed, van Egyptische afkomst, volgde haar opleiding aan het CNSM in Parijs en aan de Kronberg Academy. Tegenwoordig is zij actief lid van het West-Eastern Divan Orchestra (Barenboim) en zet zij tegelijkertijd een schitterende en gedurfde carrière voort. Samen met pianist Julien Quentin brengt zij hier haar eerste album uit, Farasha (Vlinder), waarop zij prachtige klanken en een verfijnde lyriek laat horen. Ze biedt ons hier aangename ontdekkingen, waaronder de sonate van Pierre de Bréville, een leerling van Franck, de transcriptie (van fagot naar altviool) van de laatste sonate van Saint-Saëns, en het stuk van Khaled al Kammar, een zeldzaam voorbeeld van een geslaagde fusie (Martine Dumont-Mergeay).
Deze eerste mijlpaal in een nieuwe integrale uitgave van Debussy’s pianowerken is een aangename verrassing, bijna een openbaring. We ontdekken hier namelijk een Debussy die we zelden horen: ontdaan van zijn dikste sluier, bevrijd van die klankmatten waarin de muzikale boodschap maar al te vaak vervaagt. De pianomuziek van Claude de France, die gewoonlijk gehuld is in vlezige bassen en klankhalo’s die de lijnen doen vervagen, verdwaalt vaak in de mist – een visie die verdedigbaar is, maar niet alleen maar voordelen heeft. Onder de vingers van Elodie Vignon ontvouwt zij zich in het volle daglicht: de lagen lichten op, de lijnen worden scherper, de besneeuwde landschappen schitteren. Er is niets toevalligs aan deze hervonden helderheid, die het resultaat is van nauwgezet werk aan het evenwicht in de hoge tonen, het streven naar een grotere transparantie in de klank en de wil om deze partituren op een zowel sensuele als toegankelijke manier te vertolken. De roes komt hier niet langer voort uit verwarring, maar uit de zachtheid van de thema’s en de harmonische vloeiendheid. Elodie Vignon richt zo voor haar favoriete componist een monument op van een zeldzame samenhang, waarmee ze elke herhaling vermijdt (Olivier Vrins).
Roger Creyf
Klassiek-Centraal
Jasper Croonen
Voorzitter van de Vereniging van de Belgische Muziekpers – De Standaard, BRUZZ
Martine D. Mergeay
La Libre, Musiq3
Helena Gaudeus
Klassiek-Centraal
Patrice Lieberman
Crescendo Magazine